“De FOD Economie bestudeert de relevantie van de K-factor in het kader van de evaluatie van de Programmaovereenkomst”
David Clarinval, de minister van Economie, over de uitdagingen van de stijgende energieprijzen
Tussen stijgende energiekosten, sociale maatregelen om de koopkracht te beschermen, energietransitie en hervorming van de arbeidsmarkt licht David Clarinval, vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Landbouw, de acties toe die de regering onderneemt om deze uitdagingen aan te pakken.
De oorlog in het Midden-Oosten en de huidige energiecrisis zorgen voor een sterke stijging van de energiekosten voor burgers en bedrijven. Hoe beïnvloedt dat uw beleid?
David Clarinval: Iedere crisis verloopt volgens een gelijkaardig stramien. Na de stijging van de energieprijzen na de COVID-19-pandemie en het begin van het conflict in Oekraïne, zorgt de oorlog in het Midden-Oosten opnieuw voor een verhoging van de energiekosten, die gevolgen hebben voor het transport, materialen en de gehele productieketen. Consumenten maken zich zorgen en consumeren minder, wat de groei afremt. Voor bedrijven wegen deze hogere kosten op hun concurrentiekracht. Daarom hebben we gerichte maatregelen ingevoerd om de koopkracht van werknemers en kwetsbare groepen te beschermen.
In deze onzekere context is het mijn prioriteit om onze bedrijven te ondersteunen, de burgers te beschermen en de veerkracht van onze economie ten opzichte van toekomstige schokken te versterken.
Als minister van Economie heb ik de FOD Economie opgedragen een monitoringssysteem op te zetten via een gecentraliseerd platform, om gegevens te verzamelen bij de federaties en snel sectoren in moeilijkheden te identificeren. Het doel is om de gevolgen sector per sector nauwkeurig te meten, zodat we gerichte antwoorden kunnen bieden en ons concurrentievermogen vrijwaren.
In Frankrijk had de algemeen directeur van TotalEnergies het onlangs over dreigende tekorten als het conflict aanhoudt. Geldt dat ook voor België?
Mijn collega Mathieu Bihet, minister van Energie, was geruststellend over de beschikbaarheid van gas en petroleumproducten, ook al zou kerosine mogelijk tijdelijk onder spanning kunnen komen te staan. De inflatie blijft echter een uitdaging: als de crisis aanhoudt, zou die kunnen oplopen tot 4 à 5%.
Net als tijdens de crisis van 2022 was het mechanisme van de K-factor binnen de Programmaovereenkomst een grote hindernis voor de economische leefbaarheid van de distributiesector, doordat de sterke prijsstijgingen van petroleumproducten op de internationale markten niet volledig naar de eindconsument kunnen worden doorgerekend. Dat gaat ten koste van de laatste schakel in de distributieketen, die zich vaak gedwongen zag om producten te kopen tegen een prijs die hoger lag dan de toegestane verkoopprijs. Begrijpt u de vraag van Brafco om die K-factor af te schaffen?
De K-factor is een oud mechanisme. Begin maart hebben we de impact ervan tijdelijk verminderd voor gasolie verwarming en gasolie diesel voor verwarmings-, landbouw- en/of industriële en commerciële doeleinden. De FOD Economie voert momenteel een studie uit naar de relevantie en doeltreffendheid ervan. De conclusies, die eind augustus worden verwacht, moeten het mogelijk maken om dit systeem, op basis van een diepgaande analyse, eventueel aan te passen.
Blijft de Programmaovereenkomst behouden?
De Programmaovereenkomst blijft momenteel een belangrijk middel om de prijzen en de bevoorradingszekerheid stabiel te houden. De conclusies van de lopende analyse, die zullen worden aangevuld met een consultatieronde bij de belanghebbenden, zullen duidelijk maken in welke mate dit mechanisme behouden, aangepast of hervormd moet worden.
Wat vindt u van ons voorstel om de officiële maximumprijzen te vervangen door een systeem met referentieprijzen?
Het is zeker een interessante piste die we kunnen analyseren na de evaluatie van de K-factor om de prijzen van producten op de Belgische markt beter te laten aansluiten bij de internationale prijzen en tegelijk de consument te beschermen.
Er wordt momenteel gepraat over de modaliteiten van een structurele financiering voor Promaz, het fonds voor de sanering van door lekkende mazouttanks vervuilde bodems. De drie gewesten en de IBC (Interregionale Bodemsaneringscommissie) hebben al hun akkoord gegeven om de bijdrage te verhogen naar € 10 per 1.000 liter mazout, omdat de huidige € 2 ontoereikend is om de saneringskosten te dekken. Waarom geeft ook de federale regering haar toestemming niet?
De huidige financiële middelen van Bofas, het fonds voor de bodemsanering van tankstations, die werden overgedragen aan Promaz, maken het mogelijk om de bijdrage op € 2/m³ te houden. De verhoging naar € 10/m³ zal worden overwogen wanneer de prijsschommelingen minder groot zijn.
Een nieuwe aanvraag, ingediend door de Interregionale Bodemsaneringscommissie met nieuwe elementen om de bijdrage te verhogen, wordt momenteel door mijn diensten onderzocht.
Wij blijven waakzaam zodat we indien nodig snel kunnen optreden.
Brafco staat achter de energietransitie en pleit er in dat kader voor dat koolstofarme en koolstofneutrale vloeibare brandstoffen zoals HVO de plaats in de energiemix krijgen die ze verdienen. Waarom wordt HVO niet fiscaal vrijgesteld om het product aantrekkelijker te maken en de invoering ervan als alternatief voor diesel te stimuleren, in plaats van oudere dieselvoertuigen te verbieden in lage-emissiezones (LEZ)?
De LEZ zijn een regionale bevoegdheid; daar kan ik me dus niet in mengen. Persoonlijk ben ik voorstander van alternatieve brandstoffen zoals HVO, e-fuels en R33. Ik ben ervan overtuigd dat die een deel zijn van de oplossing, vooral in sectoren waarin elektrificatie moeilijk is. Waterstof bijvoorbeeld is ideaal voor het goederentransport. Er zijn gewoon fiscale maatregelen nodig om deze alternatieven aantrekkelijk te maken. De minister van Energie is volop bezig met dit dossier.
De sector werkt aan de commercialisering van een hernieuwbare vloeibare brandstof (een mengsel van mazout en biocomponenten). Deze biobrandstof zou de puur fossiele stookolie kunnen vervangen, want wij zijn van mening zijn dat niet alle woningen om technische of financiële redenen met een warmtepomp kunnen worden uitgerust. Wat is uw standpunt hierover?
Ik sta volledig achter deze alternatieven. Bioliquids maken deel uit van de oplossingen om de verwarming te decarboniseren en zouden dan ook meer aangemoedigd moeten worden. Warmtepompen verbruiken overigens veel stroom. Met de sluiting van verschillende kerncentrales moeten we ons afvragen of we nog wel genoeg capaciteit hebben voor “alles elektrisch”.
Onze sector heeft nood aan arbeidskrachten die snel en flexibel kunnen worden ingezet om de acute tekorten aan chauffeurs op te vangen en de continuïteit van de activiteiten te waarborgen. Kan u toelichten welke hervormingen u heeft doorgevoerd om de arbeidsmarkt te verbeteren?
We hebben de arbeidsmarkt hervormd om ze moderner en flexibeler te maken en de werknemers te beschermen. Enkele van deze hervormingen zijn:
- Beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd om mensen te stimuleren opnieuw een job te zoeken.
- Verlaging van de sociale bijdragen met één miljard euro over drie jaar, om de concurrentiekracht van de bedrijven te verbeteren zonder de koopkracht van werknemers aan te tasten.
- Meer flexibiliteit voor nachtwerk en verhoging van het aantal vrijwillige overuren (240 → 360 uur).
- Herinvoering van een vereenvoudigde proefperiode voor de eerste zes maanden van een arbeidscontract.
- Beperking van de opzegtermijnen tot 52 weken.
- Een re-integratieplan voor langdurig zieken.
- Tot slot de uitbreiding van flexi-jobs naar alle sectoren, ook de uwe, om de aanwerving van nieuwe werkkrachten te vergemakkelijken en werknemers de mogelijkheid te bieden hun inkomen aan te vullen.
De tekst bevindt zich in de laatste fase van de besprekingen binnen de regering en zou vóór juli moeten worden goedgekeurd, zodat de maatregelen – hopelijk – vanaf juli kunnen worden ingevoerd.
Waaruit bestaan de gerichte verwarmingsmaatregelen voor kwetsbare groepen waarnaar u eerder al verwees?
Het gaat om een herfinanciering van het Sociaal Verwarmingsfonds en het Gas- en Elektriciteitsfonds voor een bedrag van telkens 7,5 miljoen euro. De praktische modaliteiten moeten nog worden vastgelegd in een koninklijk besluit.
Het regeerakkoord voorziet in een budgetneutrale hervorming van het sociaal energietarief en de tussenkomsten van het Sociaal Verwarmingsfonds richting een transparantere, inkomensgebaseerde, vermogensgebaseerde en technologieneutrale forfaitaire tussenkomst. Houdt dat een fusie van beide fondsen in?
Nee, maar het sociaal elektriciteitstarief wordt wel herzien. Zo willen we de steunmaatregelen beter verdelen zodat de steun terechtkomt bij wie ze echt nodig heeft.
Staat energie door de crisis in het Midden-Oosten nu opnieuw bovenaan het prioriteitenlijstje?
Energie is een van de essentiële pijlers van onze strategische soevereiniteit. Door de stijgende energieprijzen en de bedreiging van de energiezekerheid op lange termijn moet Europa nu handelen om zijn energievoorziening veilig te stellen. Keuzes uit het verleden hebben ons in een industriële afhankelijkheid gestort en blootgesteld aan hoge energiekosten. Het is nu zaak om snel met dit model te breken en massaal te investeren in onze industrie, op basis van betaalbare energie en sterke partnerschappen.
Als minister van Economie is de herindustrialisering van onze strategische sectoren, zoals koolstofarme energie, grondstoffen, digitalisering, defensie en chemie, essentieel voor onze soevereiniteit.